Een rilling kruipt traag opwaarts langs m'n ruggengraat. De moordende woorden die jij niet uitspreekt, kan ik aflezen in je ogen. Radeloos keer je me de rug toe en ik sterf. Ik sterf en blijf sterven. M'n aderen bloeden leeg, de adem ontvlucht m'n longen want jij, jij laat me vallen. M'n hoofd met een smak tegen de zwijgende aarde. Je blijft staan, verroert je niet. Kijk naar me, schraap me van de grond. Het zijn jouw scherven, doe ermee wat je wil. Ik bijt op m'n tanden, jij op je lip. De winter bijt in onze harten en verscheurt ze als een wild beest. Smeken helpt niet. Laat mij je schaduw zijn, uiteengevallen. Maar toch, aanwezig. Aanschouwend. Laat de zwarte aarde me niet opslokken en verteren in haar diepte. Ik wil leven. Als een plakvlieg. Hou me...